ECLI:NL:RBDHA:2021:9929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en gezinsband
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank overweegt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Polen en dat eiseres niet heeft aangetoond dat dit in haar situatie niet geldt.
Het aangehaalde AIDA-rapport toont volgens de rechtbank geen structurele gebreken in het Poolse asiel- en opvangsysteem die het onmogelijk maken om opvang of woonruimte te verkrijgen. Ook is niet gebleken dat eiseres geen toegang heeft tot kosteloze rechtsbijstand in Polen. Eiseres heeft bovendien zelf geen asielaanvraag in Polen ingediend en geen ervaring met het Poolse systeem.
Verder stelt eiseres dat op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvraag in Nederland moet worden behandeld om verbreking van de gezinsband met de in Nederland verblijvende vader van haar zoon te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de gezinsband onvoldoende is aangetoond en dat de vader ook in Polen asielaanvraagprocedure doorloopt, waardoor de gezinsband niet zal worden verbroken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.