ECLI:NL:RBDHA:2021:9964
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens de zitting op 26 januari 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Gezien de gelijktijdige behandeling van de hoofdzaak (zaaknummer NL21.283) en de uitspraak daarop, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 5 februari 2021 door voorzieningenrechter M. Eversteijn.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.