ECLI:NL:RBDHA:2022:10025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Roemenië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze aanvraag is niet in behandeling genomen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De reden hiervoor is dat Roemenië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag, conform het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 14 september 2022, waarbij verzoeker is verschenen met zijn gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.17046) en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en onherroepelijk, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.