ECLI:NL:RBDHA:2022:10054
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen onderzoek naar alcoholgebruik en rijbewijsopschorting
Verzoeker is op 2 april 2022 aangehouden wegens slingeren op een snorfiets en blies op het politiebureau een alcoholgehalte van 1,898 ‰. Verzoeker maakte gebruik van het recht op tegenonderzoek, waarbij om 06.30 uur bloed werd afgenomen met een vastgesteld alcoholgehalte van 1,57 ‰.
Verweerder legde op basis van de ademanalyse een onderzoek naar alcoholgebruik op en schorste het rijbewijs van verzoeker tot de uitslag van het onderzoek. Verzoeker betwistte dit en stelde dat verweerder moest uitgaan van het lagere gehalte uit het tegenonderzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het tijdsverloop van 2,5 uur tussen ademanalyse en bloedafname niet aan verzoeker te wijten was en dat verweerder terecht uitging van het hogere alcoholgehalte van de ademanalyse. Het recht op tegenonderzoek wordt erkend, maar het verschil in uitslagen is niet zodanig dat aan de juistheid van de eerste meting getwijfeld hoeft te worden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en bleef het besluit van verweerder in stand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het alcoholonderzoek en de rijbewijsopschorting wordt afgewezen.