Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
[Naam 3](gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
11 juli 2021, is het sinds die datum weer mogelijk om - op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb - beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag. De rechtbank is dan ook bevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Eiseres heeft op 7 april 2018 een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 7 juli 2019 is de aanvraag afgewezen. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft bij uitspraak van 4 december 2019 [1] het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag gegrond verklaard en heeft bepaald dat verweerder binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit diende te nemen op de aanvraag van eiseres.
Bij besluit van 23 december 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiseres opnieuw afgewezen. Het beroep tegen dit besluit is door deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 17 februari 2021 [3] gegrond verklaard, waarbij door de rechtbank geen beslistermijn is opgelegd.
vierweken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden het aanvullende gehoor moet afnemen en binnen acht weken na het aanvullende gehoor een beslissing op de aanvraag moet nemen, in ieder geval binnen twaalf weken na de uitspraak.
Beslissing
vierweken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden
het aanvullend gehoor afneemt en binnen acht weken na het aanvullend gehoor een besluit
aan eiseres bekendmaakt, in ieder geval binnen twaalf weken na deze uitspraak;
(driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).