ECLI:NL:RBDHA:2022:10188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 oktober 2022
Publicatiedatum
5 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.3438 en NL22.3439
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Art. 242 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde

Eiser, een Somalische nationaliteit dragende man, diende in juni 2020 een asielaanvraag in nadat hij in 2008 Somalië had verlaten vanwege bedreigingen en geweld door een gewelddadige groepering. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van tien jaar op, omdat eiser meerdere ernstige strafbare feiten had gepleegd, waaronder een gevangenisstraf in Duitsland voor verkrachting en veroordelingen in Nederland.

Eiser betoogde dat Mogadishu geen veilig vestigingsalternatief is vanwege de aanwezigheid van Al Shabaab en dat hij bij terugkeer ernstig gevaar loopt. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat Mogadishu een vestigingsalternatief vormt en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom dit voor hem niet geldt. Ook werd het aanvullende strafmaatvergelijkend onderzoek dat verweerder had uitgevoerd als voldoende gemotiveerd beschouwd.

De rechtbank stelde vast dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde vanwege zijn strafrechtelijke verleden en recidive. Het inreisverbod werd gegrond verklaard, mede omdat geen inhoudelijke gronden tegen het verbod waren aangevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.3438 (beroep) en NL22.3439 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser], eiser

v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Deniz).

ProcesverloopBij besluit van 24 februari 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft verweerder eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaren.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL22.3438). Ook heeft eiser een verzoek om voorlopige voorziening ingediend (NL22.3439).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 20 september 2022 op zitting behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk was aanwezig A. Ikar. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1988 en de Somalische nationaliteit te bezitten. Hij heeft op 8 juni 2020 een asielaanvraag ingediend.
2. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft ondervonden met [groepering]. In 2008 is hij tijdens zijn werkzaamheden als eigenaar van een pompstation benaderd door [groepering] met het verzoek om bommen onder auto’s te plaatsen. Eiser heeft dit geweigerd, waarna personen van [groepering] op hem hebben geschoten en zijn pompstation in brand hebben gestoken. Hij is daarbij gewond geraakt en naar het ziekenhuis gebracht. In het ziekenhuis heeft hij informatie gegeven aan onder andere de legerleider van Merca. Hij vreest dat [groepering] hiervan op de hoogte is en dat personen van de [groepering] hem bij terugkeer zullen herkennen. Eiser heeft Somalië in 2008 verlaten.
3. Verweerder vindt eisers asielrelaas geloofwaardig, maar meent dat Mogadishu een vestigingsalternatief is voor eiser. Hij heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. [1] Daaraan legt verweerder ten grondslag dat eiser onder meer in 2012 en 2013 meerdere keren een geldboete is opgelegd en hij drie maanden gevangenisstraf heeft gekregen voor diefstal. Hij is verder op 11 augustus 2014 in Duitsland voor verkrachting veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en negen maanden. Eiser is vanaf 9 januari 2015 tot 25 februari 2019 gedetineerd geweest. Hij is verder in Nederland door het Gerechtshof Arnhem bij uitspraak van 29 mei 2020 veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf vanwege bedreiging met zware mishandeling en mishandeling tegen een beroepsoefenaar. Daarnaast zijn er in Nederland op 30 maart 2021 en 27 april 2021 geldboetes opgelegd vanwege overtredingen. Dit vormde voor verweerder ook aanleiding om eiser een inreisverbod op te leggen voor de duur van tien jaar.
Waarom is eiser het niet eens met verweerder?
4. Eiser betoogt dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser geen ernstige schade zal lopen bij terugkomst naar Somalië. Hij is bang om naar zijn leefomgeving terug te keren vanwege de aanwezigheid en de activiteiten van Al Shabaab. Mogadishu is geen vestigingsalternatief. In een Country Policy and Information Note van het Britse Home Office (mei 2022) staat dat bij een persoon die wordt geconfronteerd met terugkeer naar Mogadishu van wie wordt aangenomen dat hij/zij geen kerngezin of naaste familie in de stad heeft, er een zorgvuldige beoordeling van alle persoonlijke omstandigheden moet plaatsvinden om te bepalen of er een reëel risico op ernstige schade is. Daarnaast heeft verweerder in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd afgezien
van een strafmaatvergelijking.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Vestigingsalternatief
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft op goede gronden aangenomen dat eiser zich in een gebied in Somalië kan vestigen waar Al Shabaab niet actief is, zoals Mogadishu. Eiser heeft niet onderbouwd dat Mogadishu voor hem geen vestigingsalternatief is. Het Country Policy and Information Note van het Britse Home Office (mei 2022) leidt niet tot een ander oordeel.
Kennelijk ongegrond
6. Hierover overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft alsnog een strafmaatvergelijking uitgevoerd. Uit het aanvullend besluit van 31 mei 2022 volgt dat voor de verkrachting waarvoor eiser in Duitsland is veroordeeld, ex artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht in Nederland de officier van justitie in beginsel tussen de 24 en 36 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal eisen. Hierbij is de strafvorderingsrichtlijn van het OM als uitgangspunt genomen. Daarbij geldt dat verkrachting een ernstige inbreuk maakt op de lichamelijke integriteit. Dit is verder niet betwist. Daarmee is met het aanvullend besluit het eerdere besluit hersteld.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Eiser heeft meerdere ernstige misdrijven gepleegd. Ook na de veroordeling in Duitsland en na zijn detentie heeft hij strafbare feiten gepleegd. Er is sprake van voorzetting van geweldsdelicten en van recidive in Nederland. Dat eiser na de laatste veroordeling geen strafbare feiten meer heeft gepleegd is, gelet op de ernstige eerdere veroordelingen, onvoldoende om hier anders over te oordelen. Het geeft ook geen garantie dat geen strafbare feiten meer zullen worden gepleegd.
8. Nu verder geen inhoudelijke gronden zijn aangevoerd tegen het inreisverbod heeft verweerder gelet op hetgeen hiervoor is overwogen een inreisverbod van 10 jaar kunnen opleggen.
TBC
9. Dat uitzetting van eiser niet mogelijk is, omdat hij sinds 23 februari 2021 onder behandeling staat voor Tuberculose (TBC) is verder niet onderbouwd. Op zitting is deze grond door de gemachtigde ingetrokken.
Wat is de conclusie?
10. De beroepsgronden slagen niet. De aanvraag is op goede gronden afgewezen als kennelijk ongegrond en daarbij heeft verweerder een inreisverbod van 10 jaar kunnen opleggen. Nu het beroep ongegrond is, wordt ook het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af
Deze uitspraak is gedaan door J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. N.Y. Majoor, griffier.
Griffier (voorzieningen)rechter
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Zie artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, van de Vw 2000.