ECLI:NL:RBDHA:2022:10308

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 oktober 2022
Publicatiedatum
7 oktober 2022
Zaaknummer
C/09/634067 / HA ZA 22-718
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 230 lid 2 RvArt. 6:119 BWArt. 53 Verordening EU Nr. 1215/2012
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling lening, rente en incassokosten met afgifte Brussel-certificaat

Eiser vordert betaling van een lening van €14.000, vermeerderd met contractuele rente tot eind 2020 en wettelijke rente vanaf 2021, alsmede betaling van €9.000 met contractuele rente vanaf maart 2019 en incassokosten van €1.005. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank acht de vorderingen gegrond en wijst deze toe, met uitzondering van de wettelijke handelsrente over de lening omdat niet aan de voorwaarden is voldaan; in plaats daarvan wordt wettelijke rente toegekend op grond van artikel 6:119 BW Pro. Tevens wordt het verzoek van eiser om afgifte van een certificaat op grond van artikel 53 van Pro Verordening EU Nr. 1215/2012 toegewezen.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, de proceskosten van eiser en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is op 5 oktober 2022 gewezen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van lening, rente, incassokosten en proceskosten, met afgifte van Brussel-certificaat.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/634067/HA ZA 22-718
Vonnis van 5 oktober 2022
in de zaak van
[eiser]te [plaats 1],
eiser,
advocaat: mr. L.M. Ravestijn te Amsterdam,
tegen
[gedaagde]te [plaats 2],
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 10 augustus 2022, tegen de eerste rolzitting van 24 augustus 2022;
  • de akte overlegging producties 1 – 5 (waaronder de beslagstukken);
  • het ter rolzitting van 7 september 2022 tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding.
2.2.
De vorderingen komen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom worden deze toegewezen op de wijze zoals hierna volgt, met dien verstande dat over de lening van € 14.000,00 niet de wettelijke handelsrente verschuldigd zal zijn omdat niet aan de wettelijke voorwaarden hiervoor is voldaan. De rechtbank zal wel de wettelijke rente ex artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek toewijzen.
2.3.
Eiser heeft de rechtbank verzocht om afgifte van een certificaat op grond van artikel 53 van Pro de Verordening EU Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Dit verzoek zal worden toegewezen. De rechtbank zal gelijktijdig met dit vonnis het voorgeschreven formulier afgeven.
2.4.
Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
- dagvaarding € 125,03
- beslagkosten € 370,84
- griffierecht (inclusief beslagrekest) € 1.301
- salaris advocaat (inclusief beslagrekest)
€ 1.442(2,0 punten × tarief III)
Totaal € 3.238,87

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van € 14.000,00, te vermeerderen met een bedrag van € 6.416,69 aan contractuele rente berekend tot en met 31 december 2020, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over het bedrag van € 14.000,00 vanaf 1 januari 2021 tot aan de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van € 9.000,00, te vermeerderen met de contractuele rente over dit bedrag van 10% per jaar vanaf 1 maart 2019 tot aan de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van € 1.005,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 3.238,87;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Harmsen en in het openbaar uitgesproken door mr. P. Dondorp op 5 oktober 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.
Type: 309 /1366