ECLI:NL:RBDHA:2022:10321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 24 december 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 28 november 2021 illegaal Italië was binnengekomen. Op grond van de Dublinverordening werd Italië als verantwoordelijke lidstaat aangewezen. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij nooit asiel in Italië wilde aanvragen en dat hij daar onder dwang zijn vingerafdrukken moest afgeven.
De rechtbank oordeelde dat de intentie van eiser om in Nederland asiel aan te vragen niet bepalend is voor de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Daarnaast stelde eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege structurele tekortkomingen in Italië, die zouden leiden tot onvoldoende opvang en asielprocedure. De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie en concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Italië.
Ook de recente politieke ontwikkelingen in Italië werden als onvoldoende grond gezien om van overdracht af te zien. Ten slotte wees de rechtbank het beroep af omdat verweerder terecht geen aanleiding zag om de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.