ECLI:NL:RBDHA:2022:10324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht verblijfsvergunningaanvraag aan Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de overdracht aan Italië plaatsvindt tijdens de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 28 september 2022 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in de gerelateerde zaak NL22.17577 en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om de overdracht aan Italië te voorkomen is afgewezen.