ECLI:NL:RBDHA:2022:10330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken belang bij vervolging
De rechtbank Den Haag behandelde een strafzaak tegen de verdachte, die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling met een vuurwapen en wapenbezit op 14 januari 2018.
Na diverse zittingen, waaronder getuigenverhoren in 2018, heeft het Openbaar Ministerie in 2022 schriftelijk meegedeeld de vervolging niet voort te zetten en niet-ontvankelijk te worden verklaard. De reden hiervoor was het ontbreken van een belang bij verdere strafrechtelijke handhaving, mede vanwege de complexiteit van het dossier, het tijdsverloop en de uiteenlopende verklaringen.
De verdediging stemde in met dit standpunt. De rechtbank oordeelde met terughoudendheid over de beleidsvrijheid van het OM en concludeerde dat het OM zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat voortzetting van de strafzaak niet langer opportuun was. Het niet voortzetten van de vervolging was niet in strijd met de beginselen van een goede procesorde.
De rechtbank verklaarde het OM niet-ontvankelijk en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard en het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.