ECLI:NL:RBDHA:2022:10333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens schijnrelatie
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning met als doel verblijf bij zijn partner. Verweerder wees dit af wegens vermoedens van een schijnrelatie, gebaseerd op een huisbezoek door de AVIM en tegenstrijdige verklaringen van eiser en referente.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het proces-verbaal van het huisbezoek en het daaropvolgende gehoor aan het besluit ten grondslag legde. De verklaringen van eiser en referente waren tegenstrijdig en de overgelegde bewijzen, zoals foto’s en WhatsApp-gesprekken, boden onvoldoende steun voor een duurzame en exclusieve relatie.
Eiser voerde aan dat de verklaringen slechts bijzaken betroffen en dat vertaalproblemen de verklaring over tatoeages beïnvloedden. De rechtbank vond dit onvoldoende om het standpunt van verweerder te weerleggen. Ook het betoog dat eiser ten onrechte niet is gehoord faalde, omdat vooraf duidelijk was dat het bezwaar geen ander besluit zou opleveren.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van een schijnrelatie en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens schijnrelatie is ongegrond verklaard.