ECLI:NL:RBDHA:2022:10364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering te veel ontvangen kindgebonden budget
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld over de herziening en terugvordering van een te hoog toegekend kindgebonden budget over 2018. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, heeft vastgesteld dat eiser € 2.025,05 te veel heeft ontvangen en dit bedrag teruggevorderd. Eiser betwistte deze terugvordering en stelde dat ook de moeder van de kinderen, met wie hij in een echtscheidingsprocedure is verwikkeld, een deel van het bedrag zou moeten betalen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser in 2018 als aanvrager en ontvanger van het kindgebonden budget stond geregistreerd. Op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving is degene die het budget aanvraagt en ontvangt ook verantwoordelijk voor terugbetaling bij teveel ontvangen bedragen. De rechtbank oordeelde dat verweerder het recht correct heeft toegepast door de terugvordering op eiser te richten.
Verder adviseerde de rechtbank eiser om eventuele financiële afspraken met de moeder buiten de bestuursrechtelijke procedure om te regelen, bijvoorbeeld via de echtscheidingsadvocaat. Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van het te veel ontvangen kindgebonden budget van eiser.