ECLI:NL:RBDHA:2022:10431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf en arbeid als zelfstandige
Eiser, een Turkse onderdaan geboren in 1996, heeft in 2020 een verblijfsvergunning regulier aangevraagd voor arbeid als zelfstandige, welke is afgewezen. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in januari 2021, waarna eiser onrechtmatig in Nederland verbleef en arbeid verrichtte.
Op 18 november 2021 legde de staatssecretaris een herhaald terugkeerbesluit op met een vertrektermijn van 28 dagen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het terugkeerbesluit niet had mogen worden opgelegd vanwege een aanhangige nieuwe aanvraag mvv, strijd met het evenredigheidsbeginsel en onvoldoende verlenging van de vertrektermijn.
De rechtbank oordeelde dat de standstill-bepaling niet van toepassing was omdat op het moment van oplegging van het terugkeerbesluit geen nieuwe aanvraag mvv als zelfstandige aanhangig was. Ook was het terugkeerbesluit terecht opgelegd na een behoorlijke hoorplicht en belangenafweging. Verder was onvoldoende onderbouwd waarom een langere vertrektermijn dan 28 dagen gerechtvaardigd zou zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de vertrektermijn van 28 dagen blijft gehandhaafd.