ECLI:NL:RBDHA:2022:10515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van openlijke geweldpleging, schuldigverklaring bedreiging zonder strafoplegging
Op 25 juni 2018 vond een incident plaats in Leiden waarbij verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging en bedreiging met een mes richting het slachtoffer. De rechtbank heeft het onderzoek gehouden op 15 oktober 2018 en 29 september 2022. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor openlijke geweldpleging en bewezenverklaring van het tonen van een mes als bedreiging.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte de auto van het slachtoffer heeft beschadigd of dat hij in vereniging geweld heeft gepleegd, waardoor verdachte werd vrijgesproken van openlijke geweldpleging. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer heeft bedreigd door dreigend een mes te tonen, hetgeen voldoende vrees bij het slachtoffer kon veroorzaken.
De rechtbank hield rekening met het agressieve gedrag van het slachtoffer, het ontbreken van recente relevante veroordelingen van verdachte, en een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar. Daarom werd verdachte schuldig verklaard zonder straf of maatregel op te leggen.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en mogelijke eigen schuld. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging van verdachte, begroot op nihil.
De uitspraak werd gewezen op 13 oktober 2022 door de rechtbank Den Haag, meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging en schuldig verklaard aan bedreiging met een mes zonder strafoplegging.