ECLI:NL:RBDHA:2022:10571
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd op 22 februari 2021 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen deze afwijzing maakte eiser bezwaar, dat op 17 september 2021 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op 21 december 2021 samen met een gerelateerde zaak. Eiser was aanwezig met zijn gemachtigde, terwijl de verweerder niet aanwezig was wegens verhindering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en kan niet worden aangevochten door hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.