ECLI:NL:RBDHA:2022:10572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Nigeriaanse vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot het moment van het sluiten van het onderzoek in een eerdere uitspraak.
De eiser voerde aan dat zijn psychische gezondheid, waaronder een suïcidepoging en medicatiegebruik, hem onuitzetbaar maakte en dat een lichter middel, zoals plaatsing in een vrijheidsbeperkende opvanglocatie, passend zou zijn. De rechtbank overwoog dat reeds rekening werd gehouden met zijn medische situatie, dat het detentiecentrum adequaat met zijn gezondheid kon omgaan en dat er geen aannemelijk bewijs was dat zijn situatie wijziging rechtvaardigde.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat lopende procedures zoals een aanvraag voor uitstel van vertrek en een hoger beroep in de asielprocedure niet relevant waren voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.