ECLI:NL:RBDHA:2022:10575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter heeft op basis van artikel 8:83, derde lid, Awb buiten zitting uitspraak gedaan.
De asielaanvraag werd niet in behandeling genomen omdat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De Dublinverordening stelt een overdrachtstermijn waarbinnen verzoeker aan die lidstaat moet worden overgedragen. De voorzieningenrechter constateert dat het beroep niet binnen deze termijn kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed is gegeven.
De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker eerder over te dragen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de overdrachtstermijn gestuit.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.