ECLI:NL:RBDHA:2022:10638
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat een andere lidstaat verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet kan worden behandeld binnen de overdrachtstermijn die de Dublinverordening stelt. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker al over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, het bestreden besluit geschorst en mag verzoeker de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van €759,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.