ECLI:NL:RBDHA:2022:10713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker stelde op 14 maart 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Op 16 maart 2022 heeft verweerder alsnog de aanvraag ingewilligd en een bestuurlijke dwangsom vastgesteld. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoeker tegemoet was gekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. Op grond hiervan was het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker.