ECLI:NL:RBDHA:2022:10731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering uitkering wegens niet gemelde auto in Participatiewetzaak
Eiseres ontving sinds december 2018 een bijstandsuitkering. Verweerder stelde vast dat zij sinds september 2019 een auto op haar naam had staan, die zij niet had gemeld. Na een anonieme tip en verzoeken om informatie stopte verweerder de uitkering en herzag de uitkering over de periode van september 2019 tot april 2020, met terugvordering van teveel betaalde bedragen.
Eiseres voerde aan dat de auto van haar broer was en niet tot haar vermogen behoorde, en dat de waarde van de auto onder de vrij te laten vermogensgrens lag. De rechtbank oordeelde dat het kenteken op naam van eiseres het vermoeden van eigendom wekt, dat eiseres niet aannemelijk heeft weerlegd. De verklaring van haar broer was onvoldoende bewijs en verweerder mocht een aankoopbewijs eisen.
Omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde over de waarde en eigendom van de auto, mocht verweerder de auto waarderen op €13.157, wat boven de vermogensgrens van €12.240 lag. De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden, waardoor de herziening en terugvordering terecht zijn. De meer subsidiaire stelling over een intering van 1,5 maal de bijstandsnorm werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering zijn terecht.