ECLI:NL:RBDHA:2022:10750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 januari 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft ambtshalve het procesbelang van eiser beoordeeld. Uit de informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bleek dat eiser op 12 januari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Op grond van vaste rechtspraak betekent dit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de behandeling van zijn beroep.
Daarom oordeelt de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier A. Vranken op 2 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.