ECLI:NL:RBDHA:2022:10750

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.305
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

Eiser, met de Tunesische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 januari 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft ambtshalve het procesbelang van eiser beoordeeld. Uit de informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bleek dat eiser op 12 januari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Op grond van vaste rechtspraak betekent dit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de behandeling van zijn beroep.

Daarom oordeelt de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier A. Vranken op 2 februari 2022.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.305
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. L.S.T.H. Ruijters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I.E. Lemmers).

Procesverloop

In het besluit van 5 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.306, op 27 januari 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn, met kennisgeving, niet verschenen.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Tunesische nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1993.
2. De rechtbank moet eerst ambtshalve beoordelen of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Naar de oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. Zij licht dit als volgt toe.
3. Uit vaste rechtspraak van de hoogste rechter1 in dit soort zaken blijkt dat een vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelt op de behandeling van zijn beroep als hij met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde. 2
4. Verweerder heeft de rechtbank op 13 januari 2022 via een bericht in het digitale dossier laten weten dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft gemeld dat eiser op
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2 Onder meer de uitspraak van 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:183.
12 januari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken. In het bericht van 19 januari 2022 heeft de gemachtigde van eiser verklaard dat zij contact meer heeft met eiser.
5. Gelet op deze informatie heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
02 februari 2022
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.