ECLI:NL:RBDHA:2022:10752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende individuele omstandigheden
Eiser, een Sierra Leoonse asielzoeker, vroeg bescherming omdat hij vreest voor gedwongen lidmaatschap van het Poro genootschap bij terugkeer. Verweerder vond het eerste deel van het relaas geloofwaardig, maar twijfelde aan de geboortedatum en achtte het verhaal over het genootschap ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de geboortedatum geregistreerd in Italië en Luxemburg, omdat eiser geen officiële documenten overlegde die dit tegenspraken.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk problemen met het Poro genootschap zou krijgen, mede omdat hij weinig kennis had van het genootschap en geen concrete aanwijzingen gaf over dreiging. Uit objectieve bronnen bleek dat lidmaatschap vaak normaal is en ontkomen mogelijk is. Daarnaast kon eiser niet verklaren waarom het genootschap hem zes jaar na vertrek nog zou zoeken.
Verder voerde eiser aan dat hij vanwege ernstige psychische problemen een verblijfsvergunning op grond van bijzondere individuele omstandigheden zou moeten krijgen. De rechtbank oordeelde dat deze problemen niet voldoende zijn omdat zij buiten Nederland zijn ontstaan en er geen samenstel van bijzondere omstandigheden binnen Nederland is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bijzondere individuele omstandigheden.