Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 26 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), gelezen in verbinding met artikel 30b, eerste lid aanhef en onder g, van de Vw 2000. De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de minderjarige dochter van eiseres is afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van het bepaalde in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. Daarnaast is aan eiseres medegedeeld dat het eerder uitgevaardigde terugkeerbesluit van 19 maart 2020 nog van kracht is, dat de toen verleende vertrektermijn van vier weken reeds is verstreken, en dat eiseres hierdoor Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Daarbij is aan eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Dit inreisverbod geldt niet voor haar minderjarige dochter.
Overwegingen
De vorige asielprocedure
Dit is zij! Ze leert onze kinderen lesbisch te zijn! Zij reist veel naar het buitenland om geld van homoseksuelen te krijgen!” De groep begon haar te slaan, waarna de politie gebeld werd die haar vervolgens naar het bureau bracht voor verhoor. Haar werd gevraagd of ze lesbisch is en meisjes had geleerd om lesbisch te zijn. Eiseres heeft alles ontkend. Zij heeft zes dagen en vijf nachten vastgezeten, voordat zij weer werd vrijgelaten. Hoewel zij bij haar vrijlating een meldplicht kreeg opgelegd, heeft zij zich hieraan niet gehouden. Zij is sindsdien niet meer naar het politiekantoor gegaan. Eiseres is met haar jongste dochter uit haar dorp [naam dorp] vertrokken en had angst om weer terug te keren. Op advies van haar echtgenoot is zij naar de plaats [plaats] gegaan om daar onder te duiken bij haar schoonzus. Eiseres en haar jongste dochter hebben daar enkele weken verbleven. Op 30 oktober 2018 zijn zij uit Uganda vertrokken omdat zij zich niet veilig voelde. Eiseres is op legale wijze – met gebruikmaking van een visum – via België naar Düsseldorf (Duitsland) gevlogen en is vanaf daar met een auto naar Nederland gereisd. Ze heeft in Nederland van haar man gehoord dat de mensen in haar dorp nog heel boos zijn op haar en dat ze op zoek zijn naar haar om haar pijn te doen.
releases on bonden de brieven van de Ugandese advocaat merkt eiseres op dat het feit dat het voor Bureau Documenten niet mogelijk was om hierover een advies af te geven, nog niet impliceert dat deze documenten niet als nieuwe feiten meegenomen hoeven te worden bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het relaas. Anders dan verweerder stelt zijn de drie releases on bond overigens niet door de Ugandese advocaat van eiseres opgesteld, maar door de politie. Verder brengt eiseres met betrekking tot de releases on bond naar voren dat deze als nieuwe elementen aangemerkt moeten worden. Ze zijn niet in de vorige procedure betrokken, nu in die procedure alleen een kopie van haar eigen release on bond is meegenomen. In deze procedure zijn evenwel drie originele releases on bond overgelegd, betreffende haar, haar man en diens zuster.
alle opvolgende procedures, ook indien een opvolgende aanvraag niet als niet-ontvankelijk is afgewezen. Verweerder dient ook bij opvolgende procedures de gestelde beschermingsbehoefte grondig en welwillend te onderzoeken en daarbij steeds een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling te verrichten van alle door de verzoeker in alle procedures aangedragen elementen en bevindingen om een verzoek om internationale bescherming te staven. Dit uitgangspunt van de asielprocedure verhoudt zich niet met het buiten beschouwing laten van de in artikel 31, tweede lid, van de Vw 2000 genoemde elementen, ongeacht de afdoeningsmodaliteit die verweerder ten grondslag legt aan zijn niet inwilligende beschikking.
inhoudelijkzullen moeten worden beoordeeld en dat dit in het bestreden besluit maar deels is gedaan. De rechtbank heeft tevens aangegeven dat dit in deze procedure betekent dat, gelet op het arrest LH, de omstandigheid dat de releases on bond niet authentiek zijn, verweerder niet ontslaat van deze verplichting. Ook de brieven aan en van de advocaat van eiseres, te weten die documenten waarover Bureau Documenten geen uitspraken kan doen omdat referentiemateriaal ontbreekt, zullen door verweerder inhoudelijk moeten worden beoordeeld omdat eiseres deze documenten overlegt en zij stelt dat deze haar asielrelaas nader onderbouwen.
Beslissing
- draagt verweerder op binnen een week na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak binnen vier weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier;
- bepaalt dat eiseres in de gelegenheid zal worden gesteld om nader te reageren op de aanvullende motivering van verweerder;
- houdt iedere verdere beslissing aan.