ECLI:NL:RBDHA:2022:10757
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken lopende bezwaar- of beroepsprocedure
Verzoeker heeft op 1 februari 2021 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Verzoeker heeft echter geen kopie van het bestreden besluit en het bezwaarschrift aan de rechtbank verstrekt, ondanks een herstelverzuimbrief. De voorzieningenrechter interpreteert het verzoek als een verbod tot uitzetting zolang het beroepschrift niet is beslist.
De rechtbank heeft op 27 september 2021 het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting niet-ontvankelijk.
De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson op 4 maart 2022 en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken lopende bezwaar- of beroepsprocedure.