ECLI:NL:RBDHA:2022:10766
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning privéleven
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen met als doel het privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Dit bezwaar is ongegrond verklaard bij besluit van 27 augustus 2021. Vervolgens heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij gelijktijdige uitspraak in zaaknummer AWB 21/5534 is het beroep inhoudelijk behandeld. Gezien die uitspraak is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning wordt afgewezen.