ECLI:NL:RBDHA:2022:10779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van jonge baby wegens veiligheidszorgen
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een jonge baby, geboren in 2022, binnen een complex familiesysteem. De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De baby verblijft momenteel in een pleegzorgvoorziening na meerdere geweldsincidenten en meldingen bij Veilig Thuis.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling hebben ernstige zorgen geuit over de veiligheid van de minderjarige, mede door de onvoorspelbare gedragingen van de moeder die gemaakte veiligheidsafspraken herhaaldelijk schond. De ouders erkennen het belang van hulpverlening, maar verzetten zich tegen de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing en pleiten voor een kortere termijn en thuisplaatsing bij grootouders.
De kinderrechter oordeelt dat de veiligheid van de minderjarige niet gewaarborgd kan worden bij thuisplaatsing en wijst het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing toe voor de duur van drie maanden. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.
Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe voor drie maanden.