ECLI:NL:RBDHA:2022:108
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen en afwijzing verzoek schadevergoeding bestuursrechtelijke premie
Eiser diende een betaalverzoek in voor terugbetaling van te veel betaalde bestuursrechtelijke premie en vermijdbare kosten. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiser verweerder in gebreke en startte een beroep wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat besluiten op verzoeken om schadevergoeding op grond van artikel 8:90 Awb Pro niet vatbaar zijn voor beroep. Tevens is de wettelijke beslistermijn en dwangsombepaling niet van toepassing op dergelijke verzoeken.
Eiser stelde dat de aanmelding als wanbetaler onjuist was en dat onjuiste bedragen waren geïnd, wat leidde tot schade. De rechtbank stelde vast dat eerdere uitspraken over de bestuursrechtelijke premies in rechte vaststaan en dat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit.
Daarom kon het verzoek om schadevergoeding niet worden toegewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank sprak de uitspraak uit op 14 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen wegens het ontbreken van een onrechtmatig besluit.