ECLI:NL:RBDHA:2022:10814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening. Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de overdracht aan een andere lidstaat te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed is vereist omdat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker al over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, het bestreden besluit geschorst en mag verzoeker de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €759,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.