Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser V-nummer: [nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Syrische nationaliteit, werd op 20 januari 2022 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is gebaseerd op zware en lichte gronden, waaronder het niet tijdig melden op het AZC en het niet naleven van de meldplicht, wat leidde tot een MOB-melding en verlenging van de overdrachtstermijn.
Eiser betwistte met name de zware gronden 3a en 3b, waarbij hij stelde dat hij niet met onbekende bestemming (MOB) was vertrokken en dat de verlenging van de overdrachtstermijn onterecht was. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke juistheid van zware grond 3a niet was betwist en dat eiser zich inderdaad niet tijdig had gemeld, waardoor de MOB-melding terecht was. De lichte gronden werden niet betwist.
De rechtbank concludeerde dat de gronden van bewaring, in onderlinge samenhang bezien, voldoende zijn om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen. Ook was het niet onredelijk dat verweerder geen lichter middel toepaste. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.