ECLI:NL:RBDHA:2022:10860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een verwante zaak op 13 oktober 2022 in Breda, waarbij verzoeker niet is verschenen.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op het beroep reeds uitspraak was gedaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan.