Eiser heeft een gezondheidsverklaring ingediend voor verlenging van zijn rijbewijs. Verweerder, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), heeft eiser op basis van een rapport van een keurend arts rijgeschikt verklaard voor een periode van drie jaar en twee maanden. Eiser was het niet eens met deze termijn en stelde dat de termijn van drie jaar pas na de vervaldatum van zijn oude rijbewijs had moeten ingaan en dat de verlenging vijf jaar had moeten bedragen.
De rechtbank overweegt dat de geschiktheidstermijn volgens de geldende regelgeving maximaal drie jaar bedraagt en dat deze termijn ingaat op het moment dat het besluit wordt genomen. De termijn is uit coulance met twee maanden verlengd. Omdat de regelgeving dwingendrechtelijke bepalingen bevat, kan verweerder niet afwijken van deze termijn.
Eiser voelt zich benadeeld doordat zijn rijbewijs korter geldig is dan verwacht, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft gehandeld binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.