ECLI:NL:RBDHA:2022:10930
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning studie wegens niet meer studeren zonder bijzondere omstandigheden
Eiseres kreeg een verblijfsvergunning voor studie, die op 15 november 2020 werd ingetrokken omdat zij sinds 15 mei 2020 niet meer studeerde. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond. Eiseres stelde dat zij alsnog een nieuwe studie wilde starten en dat zij niet in de gelegenheid was gesteld dit te doen, maar dit verweer werd verworpen omdat de verblijfsvergunning alleen onder de beperking 'studie' was verleend en zij niet voldeed aan deze voorwaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Studierichtlijnen, die een termijn van drie maanden bieden bij intrekking vanwege schorsing of intrekking van de referent, hier niet van toepassing zijn. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de intrekking zouden kunnen verhinderen, ondanks persoonlijke omstandigheden rondom haar relatie. Eiseres kan immers een andere verblijfsvergunning aanvragen op basis van haar relatie.
Het besluit tot intrekking werd ook niet als onevenredig beoordeeld, ondanks de gevolgen voor eiseres, waaronder terugkeer naar India en kosten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De griffierechtvrijstelling werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.