ECLI:NL:RBDHA:2022:10931
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf voor bijwonen bruiloft neef wegens ontbreken zwaarwegend spoedeisend belang
Verzoekster, woonachtig in Marokko, vroeg een visum kort verblijf aan om de bruiloft van haar vermeende neef bij te wonen in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat verzoekster het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende had aangetoond en er redelijke twijfel bestond over haar voornemen Nederland tijdig te verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij een familierechtelijke relatie met de bruidegom en de referente heeft, aangezien de stukken niet bewezen dat de vaders van verzoekster en bruidegom broers zijn. Hierdoor ontbrak een zwaarwegend spoedeisend belang.
Verder was er twijfel over de sociale en economische binding van verzoekster met Marokko, mede omdat zij geen substantieel inkomen had en haar zorg voor een zieke moeder onvoldoende was onderbouwd. Het belang van verweerder om illegale migratie te voorkomen werd meegewogen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het primaire besluit niet evident onrechtmatig was en dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een visum kort verblijf wordt afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.