ECLI:NL:RBDHA:2022:10935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 13 oktober 2022 in Middelburg, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (beroep). Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.