ECLI:NL:RBDHA:2022:10978
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken rechtens te beschermen belang
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tegelijkertijd heeft hij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak behandeld op 21 februari 2022, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De voorzieningenrechter heeft na behandeling ter zitting het verzoek tot voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Dit omdat in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.918) reeds is geoordeeld dat verzoeker geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Dit oordeel geldt ook voor het verzoek om voorlopige voorziening.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is mondeling gedaan en openbaar bekendgemaakt op 3 maart 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te beschermen belang.