ECLI:NL:RBDHA:2022:1098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens grensoverschrijdend wangedrag met seksuele ondertoon tegenover stagiaire
Eiser, een militair met ruim 30 jaar dienst, werd ontslagen wegens wangedrag na klachten van een stagiaire over seksueel getinte opmerkingen en grensoverschrijdend gedrag. De Commissie Ongewenst Gedrag verklaarde de klacht gegrond, waarna de minister van Defensie het ontslag verleende.
Eiser voerde aan dat het gedrag niet als wangedrag moest worden aangemerkt, dat hij slechts enkele inschattingsfouten maakte en dat de sanctie disproportioneel was. Ook stelde hij dat de stagiaire en Defensie mede-verantwoordelijk waren en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser grotendeels de gedragingen erkende en dat deze, gezien de ongelijkwaardige relatie en de aard van het gedrag, als wangedrag met seksuele ondertoon kwalificeerden. Het bevoegdheidsgebrek in het besluit werd niet als nadelig voor eiser gezien. Het ontslag werd als proportioneel beschouwd gezien de ernst van het gedrag.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de minister van Defensie tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Hoger beroep is mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens wangedrag wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.