ECLI:NL:RBDHA:2022:11011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en geen reëel risico op vervolging
Eiser, een Algerijnse man, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat hij de militaire dienstplicht in Algerije weigert en vreest voor bedreigingen door de broers van zijn ex-vriendin. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een reëel risico op vervolging of ernstige schade.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht kritiek had op de inconsistenties in de verklaringen van eiser over de oproepen voor militaire dienst en de relatie met zijn ex-vriendin. Eiser kon niet duidelijk maken wanneer hij de oproepen ontving en gaf wisselende verklaringen over de relatie en de mishandeling.
Verder concludeerde de rechtbank dat de vrezen van eiser voor vervolging wegens dienstweigering niet aannemelijk zijn, mede omdat Algerije een vrijstellingsregeling kent en dienstplichtontduikers niet consequent worden vervolgd. Er is ook geen bewijs dat eiser een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro zal ondervinden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardig asielrelaas en het ontbreken van een reëel risico op vervolging of ernstige schade.