ECLI:NL:RBDHA:2022:11020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, conform de Dublinverordening (EU nr. 604/2013). Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert dat het beroep pas zes werkdagen voor het verstrijken van de overdrachtstermijn wordt behandeld, waardoor de uitkomst niet tijdig bekend kan zijn. Gezien de onverwijlde spoed weegt het belang van verzoeker om de uitkomst af te wachten zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker al over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen en het bestreden besluit geschorst. Verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €759. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.