ECLI:NL:RBDHA:2022:11057
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een besluit genomen tot intrekking van de verblijfsvergunning van eiser en het opleggen van een inreisverbod voor tien jaar. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de procedure heeft eiser een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter overweegt dat inmiddels op het beroep in een andere procedure (zaaknummer AWB 21/135) uitspraak is gedaan, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Gezien deze omstandigheden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, en is op 15 maart 2022 uitgesproken en openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.