ECLI:NL:RBDHA:2022:11060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid relaas over FARC-dreigingen
Eiser, een Colombiaanse asielzoeker, stelde dat hij door de FARC werd bedreigd wegens vermeende informantactiviteiten voor het leger. Hij ontving meerdere dreigbrieven en verliet Colombia met zijn gezin uit angst voor zijn veiligheid.
Verweerder, de staatssecretaris, wees de asielaanvraag af omdat het relaas van eiser over de FARC niet geloofwaardig werd geacht. Wisselende verklaringen over de organisatie, het ontbreken van kennis over de leider en onlogische gedragingen na de dreigbrieven waren redenen voor ongeloofwaardigheid. Ook werden de dreigbrieven als inconsistent beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de problemen met de FARC in twijfel trok. De stellingen van eiser konden onvoldoende overtuigen, en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het relaas over de FARC-dreigingen.