ECLI:NL:RBDHA:2022:11061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging en medische noodzaak
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker uit het Rifgebied, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van medische noodzaak en discriminatie. Hij stelde dat hij vanwege een aanrijding in 2013 een beenoperatie nodig heeft die in Marokko niet mogelijk is, en dat hij vanwege zijn herkomst wordt gediscrimineerd. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de medische en economische omstandigheden niet relevant zijn voor vluchtelingenstatus.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een ernstige ziekte of noodzakelijke medische behandeling, en dat de discriminatie niet concreet of onderbouwd was. Ook werd geoordeeld dat de aangehaalde jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU niet van toepassing was op deze situatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod werd bevestigd.
De rechtbank wees verder het verzoek om uitstel van vertrek af en gaf geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. Lange op 16 maart 2022 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod bevestigd.