ECLI:NL:RBDHA:2022:11091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet-inbehandelingname opvolgende asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een stateloos Palestijn geboren in Jordanië, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend die telkens niet in behandeling zijn genomen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eerder ingestelde beroepen tegen deze besluiten zijn ongegrond verklaard en eiser is tweemaal aan Spanje overgedragen.
Bij de huidige zaak heeft eiser aangevoerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet langer kan worden aangenomen vanwege zijn persoonlijke negatieve ervaringen en het AIDA-rapport dat tekortkomingen in Spanje aantoont. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt, mede omdat het rapport geen ernstige structurele tekortkomingen bevestigt en Spanje garanties biedt voor een correcte asielprocedure.
Voorts stelt eiser dat terugkeer naar Spanje een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU oplevert. De rechtbank stelt dat hiervoor een bijzonder hoge drempel geldt die niet is gehaald, omdat de situatie van eiser niet leidt tot een toestand van ernstige materiële deprivatie zonder toegang tot basisvoorzieningen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de opvolgende asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.