ECLI:NL:RBDHA:2022:11094
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv wegens ontbreken zwaarwegend spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om behandeld te worden alsof zij in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zodat zij naar Nederland kan reizen. De staatssecretaris had haar aanvraag om een mvv afgewezen vanwege onvoldoende inkomen van de referent en het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld en beoordeeld of er sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoekster stelde dat haar aanwezigheid noodzakelijk is voor de zorg van de dochter van de referent, omdat de moeder van het kind afwezig is en de referent zelf stress ervaart.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat geen sprake is van een urgente situatie die onmiddellijke komst van verzoekster vereist. De dochter wordt overdag opgevangen door de moeder van de referent en de huisartsverklaring gaf geen aanleiding tot het oordeel dat de situatie onhoudbaar is.
Daarmee weegt het algemeen belang van de Nederlandse overheid zwaarder dan het persoonlijk belang van verzoekster en referent. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen reden om de rechtmatigheid van het besluit te betwijfelen of om proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.