ECLI:NL:RBDHA:2022:11117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens ontbreken verzendbewijs bij bijzondere bijstand
Eiser heeft bijzondere bijstand ontvangen en verzocht om vaststelling van dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Het college stelde bij het primaire besluit dat geen dwangsom verschuldigd was. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank constateert dat het college niet kon aantonen dat het primaire besluit daadwerkelijk op de gestelde datum was verzonden, omdat een deugdelijke verzendadministratie ontbrak. Eiser ontving het besluit ook niet binnen de termijn. Hierdoor was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar onterecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.