ECLI:NL:RBDHA:2022:11149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit ondanks lopend DNA-onderzoek minderjarige dochter
Eiseres, afkomstig uit Ghana, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige dochter, geboren in Duitsland. Zij stelde dat zij in haar thuisland werd bedreigd door een familielid en vreest voor haar veiligheid bij terugkeer. De aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat Ghana als veilig land van herkomst werd beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de Italiaanse nationaliteit van haar dochter, ondanks het feit dat de vermeende vader Italiaans is en bereid is tot een DNA-onderzoek. De rechtbank stelde dat verweerder geen onjuist toetsingskader hanteerde door dit niet mee te wegen in de procedure.
Verder concludeerde de rechtbank dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat niet is aangetoond dat de belangen van de minderjarige dochter door het besluit worden geschaad. Het verzoek om aanhouding van de procedure in afwachting van het DNA-onderzoek werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod voor eiseres en haar dochter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.