ECLI:NL:RBDHA:2022:11158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overlijden belanghebbende voorafgaand aan beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een besluit genomen waarbij zij stelde geen dwangsom aan eiseres verschuldigd te zijn. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde een gemachtigde namens eiseres beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank stelde vast dat eiseres op 23 maart 2020 was overleden, vóór het instellen van het beroep op 14 januari 2021. Volgens artikel 3:72 BW Pro eindigt hierdoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde. Omdat de gemachtigde geen erfgenamen vertegenwoordigde, kon hij niet optreden namens een belanghebbende. Het beroep moest daarom worden toegerekend aan de gemachtigde zelf, die geen recht heeft om beroep in te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:1 Awb Pro en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.M. de Keuning op 17 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van eiseres voorafgaand aan het instellen van het beroep.