ECLI:NL:RBDHA:2022:11174
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering en opheffing beslag in kort geding over levering recreatiewoningen en interieurpakketten
Partijen sloten op 2 juli 2020 een overeenkomst waarbij Recrea-Park 46 recreatiewoningen aan 2B Recreatie zou leveren. 2B Recreatie betaalde € 942.717,90, grotendeels afkomstig van haar enig aandeelhouder 2B Investments B.V. Na een geschil over de kwaliteit van de woningen werd de overeenkomst beëindigd en zouden partijen onderhandelen over een nieuwe overeenkomst voor levering van interieurpakketten. Van het reeds betaalde bedrag werd € 125.000 bestemd voor gemaakte kosten en € 800.000 als voorschot voor de interieurpakketten.
De onderhandelingen leidden niet tot een nieuwe overeenkomst. 2B Recreatie vorderde terugbetaling van het voorschot van € 800.000, terwijl Recrea-Park reconventioneel opheffing van het conservatoir beslag vorderde. De rechtbank oordeelde dat de geldvordering onvoldoende aannemelijk was omdat niet vaststond wie schuld had aan het mislukken van de onderhandelingen en dat er geen spoedeisend belang was dat een onmiddellijke voorziening rechtvaardigde. Ook de reconventionele vordering werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten van hun respectievelijke verweren. De rechtbank benadrukte de terughoudendheid bij toewijzing van geldvorderingen in kort geding en de noodzaak van voldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang. Het vonnis werd mondeling uitgesproken op 25 oktober 2022 door voorzieningenrechter T.F. Hesselink.
Uitkomst: De rechtbank wijst zowel de geldvordering van 2B Recreatie als de reconventionele vordering van Recrea-Park af.