ECLI:NL:RBDHA:2022:11185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na verlening spoedvisum familiebezoek
Eiseres, een Iraanse nationaliteit, vroeg op 14 juni 2021 een visum voor kort verblijf aan voor familiebezoek in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af wegens onvoldoende aantonen van het doel en de omstandigheden van het verblijf en vanwege een mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid door COVID-19. Eiseres stelde beroep in tegen deze weigering en voerde onder meer aan dat zij haar moeder, die ernstig ziek is, wilde bezoeken en dat zij onterecht niet is gehoord.
Tijdens de procedure verleende de minister een spoedvisum aan eiseres, die inmiddels in Nederland is aangekomen. De rechtbank onderzocht of eiseres nog procesbelang had bij het beroep. Gezien de verlening van het visum en het feit dat het beroep geen feitelijke betekenis meer heeft, oordeelde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank wees erop dat de medische omstandigheden van de moeder van eiseres pas na het bestreden besluit verslechterden en dat de spoedvisumprocedure altijd openstond. Het beroep werd niet inhoudelijk behandeld en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 18 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na verlening van een spoedvisum.