ECLI:NL:RBDHA:2022:11193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitsluiting bestuurlijke dwangsommen in asielprocedure
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Inmiddels is het besluit op de aanvraag genomen, waardoor het beroep op dat punt geen procesbelang meer heeft. Eiser handhaaft echter zijn beroep tegen de vaststelling dat hij geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
De rechtbank overweegt dat deze wet uitsluit dat de artikelen over bestuurlijke dwangsommen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op asielaanvragen van toepassing zijn. Eiser betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, met name het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel.
De rechtbank volgt echter een eerdere uitspraak van de zittingsplaats Arnhem en concludeert dat de asielprocedure een specifiek karakter heeft dat wezenlijk verschilt van andere bestuursrechtelijke procedures. Hierdoor is er geen sprake van ongunstigere procedurevoorschriften dan bij soortgelijke nationale procedures. Ook wordt het recht op internationale bescherming niet onmogelijk of onaanvaardbaar moeilijk gemaakt.
Daarom ontbreekt het eiser aan procesbelang en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Wel veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser vanwege het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.