ECLI:NL:RBDHA:2022:11196

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.436, NL22.437 en NL22.960
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om proceskostenvergoeding wegens te late besluitvorming verblijfsvergunning

Verzoekers zijn in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat verweerder alsnog een beslissing nam, trokken verzoekers hun beroepen in en verzochten de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van hun proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verzoekers terecht beroep hebben ingesteld vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Verweerder heeft aangegeven bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €379,50. Dit bedrag wordt toegekend omdat verzoekers een professionele rechtsbijstand hebben ingeschakeld en de zaken als samenhangend worden beschouwd, waardoor de vergoeding beperkt blijft.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoekers, vastgesteld op €379,50, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier A.M. Zwijnenberg op 30 maart 2022.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan verzoekers als vergoeding van proceskosten wegens te late besluitvorming.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HMG

Zittingsplaats Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.436, NL22.437 en NL22.960
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] ,verzoeker, V-nummer: [V-nummer]
[verzoekster 1] ,verzoekster
1,V-nummer: [V-nummer]
en
[verzoekster 2] ,verzoekster 2, V-nummer: [V-nummer] hierna gezamenlijk: verzoekers
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder (gemachtigde: mr. M. Noslin).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten.
Verweerder heeft de rechtbank op 21 maart 2022 meegedeeld dat hij bereid is de proceskosten van verzoekers te vergoeden tot een bedrag van€ 379,50.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verzoeker en verzoekster 1 zijn op 10 januari 2022 en verzoekster 2 op 19 januari 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen om een verblijfsvergunrung asiel voor bepaalde tijd. Op 23 februari 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de aanvragen van verzoekers. Verzoekers hebben daarna
de beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft in zijn reactie van 21 maart 2022 aangegeven bereid te zijn om de proceskosten die verzoekers hebben gemaakt te vergoeden tot een bedrag van€ 379,50. Verweerder stelt zich op het standpunt dat sprake is van samenhangende zaken als bedoeld
in artikel 3 van Pro het Bpb, omdat verzoekers gezinsleden zijn die gelijktijdig hun beroepen hebben ingediend.
5. Omdat verweerder bij het instellen van het beroep nog geen beslissing had genomen op de aanvragen van verzoekers en daarmee te laat was, hebben verzoekers terecht beroep ingesteld. Dat betekent dat de rechtbank aanleiding ziet om verzoekers een vergoeding toe te wijzen voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag omdat verzoekers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen ging over de vraag of de beslistermijn
is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt€ 379,50. De rechtbank volgt verweerder dat deze zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken kunnen worden beschouwd. De beroepen zijn ook nagenoeg gelijktijdig ingediend. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in een zaak zou worden toegekend (artikel 3 vanhetBpb Pro).
6. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 379,50 (0,5 punt voor het indienen van de beroepschriften met een waarde per punt van
€ 759,- met een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 379,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 maart 2022

Documentcode: [nummer]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vennelden.